Energie als verzet : deel 3

In Deel 2 hebben we gekeken naar het potentieel van biogas. Uit mest en ander organisch afval kun je landelijk 8 tot 12 procent van ons gasverbruik halen. Lokaal kan dat percentage nog veel hoger liggen. Dat klinkt goed op papier. Maar werkt het ook echt?

Ja, het werkt. In heel Europa laten boeren, burgers en gemeenten zien dat lokale biogasprojecten mogelijk zijn. Ze kosten geld, maar leveren ook wat op: minder methaanuitstoot, extra inkomsten voor boeren en dorpen die minder afhankelijk worden van grote energiebedrijven of import.Je hoeft niet te wachten tot Den Haag of Brussel alles regelt. De techniek is er al. De grondstoffen liggen in de stal en de gft-bak. Het gaat erom dat mensen zelf de handen uit de mouwen steken.

In dit deel kijken we naar voorbeelden uit Europa en Nederland. Daarna bespreken we hoe je meer gas kunt halen uit dezelfde hoeveelheid mest. En tot slot: hoe je zelf kunt beginnen, klein of groter.

Voorbeelden uit Europa: het draait al jaren

Denemarken is een goed voorbeeld. Daar zijn rond de 160 biogasinstallaties. Een groot deel komt van boeren die mest en andere organische afval samenbrengen. Ze maken biogas en zetten dat om in groen gas of warmte.
Veel installaties leveren warmte via warmtenetten aan dorpen en bedrijven. In sommige plaatsen komt 50 tot 80 procent van de warmte lokaal vandaan. Dat scheelt in de energierekening en lost tegelijk het mestoverschot op. Boeren verdienen er wat mee en de dorpen worden zelfstandiger.

Duitsland laat zien hoe coöperaties werken. Daar zijn duizenden biogasinstallaties, vaak van boeren samen. Veel draaien al 15 tot 20 jaar. Ze gebruiken mest, gft-afval, snoeihout en andere reststromen. Burgers kunnen meedoen via aandelen in de coöperatie. Zo profiteren ze van stabiele lokale energieprijzen. Deze projecten tonen aan dat je met geduld en samenwerking vergunningen kunt regelen. Het model is rond: mest wordt nuttig, de reststof gaat terug als mest op het land, en de regio krijgt eigen energie.
Wat leren we hiervan?

  • De boeren en bewoners hebben zelf de touwtjes in handen.
  • Ze combineren verschillende reststromen voor beter rendement.
  • Warmte en gas worden zoveel mogelijk lokaal gebruikt.
  • Het vraagt doorzettingsvermogen, maar met steun van de gemeente lukt het vaak.

In Nederland: het beweegt al

Ook hier in Nederland ontstaan initiatieven van onderop. Een duidelijk voorbeeld is de Coöperatie Groengas Noordwest-Drenthe. In 2023 richtten 27 boeren deze coöperatie op in de gemeenten Noordenveld, Tynaarlo, Midden-Drenthe en Ooststellingwerf. Ze willen mest vergisten en het biogas opwaarderen tot groen gas. Daarvoor kijken ze naar een oude gasleiding van ongeveer 25 kilometer tussen Appelscha, Bunne en Roden. Op dit moment lopen de vergunningen en de aanvraag voor SDE-subsidie. 

Het is een typisch Nederlands verhaal: boeren die zelf beginnen, maar tegen bureaucratische hobbels aanlopen.Denk aan een regio met een kleine stad zoals Meppel of Steenwijk, omringd door dorpen en veel veeteelt en akkerbouw. Daar ligt genoeg mest en ander organisch afval.Met een paar middelgrote vergisters kun je miljoenen kubieke meters biogas per jaar maken. Dat kun je omzetten in warmte voor huizen en bedrijven, of in elektriciteit.
Wat levert het realistisch op?

  • Een flinke bijdrage aan de energiebehoefte van honderden tot duizenden huishoudens in de regio.
  • Goede reststof (digestat) die terug kan naar de akkers.
  • Extra inkomen voor boeren en lagere energiekosten voor wie meedoet.
  • Lokale banen in transport en onderhoud.
  • Minder methaanuitstoot uit mestopslag.

Dit Drentse initiatief laat zien dat het geen droom is. Boeren wachten niet af. Ze slaan de handen ineen. Met snellere vergunningen en lokale steun kan zo’n regio een deel van haar eigen gas en warmte zelf regelen.

Hoe haal je meer biogas uit dezelfde mest en afval?

Het mooie is: je kunt het rendement verhogen zonder extra spul aan te voeren. Veel installaties draaien niet optimaal. Belangrijk zijn een constante temperatuur rond 35-38 graden, een goede zuurgraad (pH rond 7), goed mengen en de juiste verhouding koolstof en stikstof.Praktische tips die werken:

  • Voorbehandeling: Hak het afval fijn en verhit het kort (80-100 graden, 10 tot 30 minuten). Dit maakt het makkelijker voor de bacteriën. Vooral bij stro of snoeihout geeft dit 20 tot 80 procent meer gas.
  • Toevoeginen:
    • Biochar (houtskool uit takken, zelf te maken): Dit werkt als een hotel voor bacteriën. Het vangt giftige stoffen op en houdt de zuurgraad stabiel. Kan 15 tot 30 procent meer gas geven. Veilig en goedkoop.
    • IJzer: Roestige spijkers, ijzervijlsel of ijzerzouten helpen bij de reactie en verminderen de vieze zwavelgeur (H₂S). Goedkoop en bewezen.
    • Kleine hoeveelheden enzymen of spoorelementen (zoals uit overrijp fruit) kunnen ook helpen.
  • Twee-fasen vergisting: Eerst een fase voor zuren, dan een fase voor methaan. Dit geeft bacteriën betere omstandigheden en kan 20 tot 50 procent meer gas opleveren.
  • Temperatuur en mengen: Goede isolatie, restwarmte gebruiken en af en toe roeren voorkomt problemen.

Met deze aanpassingen kun je in een regio als Noordwest-Drenthe 20 tot 50 procent meer biogas halen uit dezelfde hoeveelheid mest.
Dat maakt het project aantrekkelijker.Begin klein, test het uit en houd je aan de regels. De reststof moet veilig blijven voor gebruik op het land.

Hoe begin je zelf?
Je hoeft niet meteen groot te denken. Energieonafhankelijkheid begint klein.Voor één huishouden
Met je eigen keukenafval, gft en misschien wat mest kun je een deel van je gasverbruik dekken. Denk aan 20 tot 40 procent voor koken of warm water.

Opties:

  • Kant-en-klare systemen zoals HomeBiogas of soortgelijke thuisvergisters. Plaats ze in de tuin. In Nederland heb je vaak extra isolatie nodig vanwege de kou.
  • Zelf bouwen met een IBC-tank of vaten. Voer elke dag 5 tot 10 liter fijngehakt afval aan. Met de tips hierboven kun je 200 tot 500 liter biogas per dag halen – genoeg voor een half uur tot een uur koken.

Veiligheid is belangrijk. Biogas bevat methaan (kan ontploffen als het mengt met lucht) en soms giftig H₂S. Zorg voor ventilatie, geen open vuur in de buurt en een simpele beveiliging. Begin buiten en klein. Voor hele kleine installaties (<1 m³) heb je vaak geen zware vergunning nodig, maar check het bij je gemeente.Opschalen naar een dorp of regio
In een plattelandsgemeente met veeteelt is meer mogelijk.Stappenplan:

  1. Richt een coöperatie op met boeren, bewoners en bedrijven. Bewoners kunnen meedoen met een klein bedrag en krijgen lagere tarieven.
  2. Verzamel mest, gft en snoeihout – in een regio van 10.000 inwoners vaak 50.000 tot 60.000 ton per jaar.
  3. Bouw een paar vergisters en combineer met warmtekrachtkoppeling of een warmtenet.
  4. Regel financiering via eigen geld, subsidie en steun van de gemeente voor vergunningen.

Resultaat kan zijn: warmte en stroom voor 1.500 tot 2.500 huishoudens, minder uitstoot en een sterkere lokale economie. Het Drentse voorbeeld laat zien hoe je zoiets aanpakt.Veel projecten starten met een kleine test: één boer of een groep buren. Daarna groei je door.

Wat werkt bij succesvolle projecten?

  • De boeren en bewoners hebben zelf de leiding.
  • Slimme mix van verschillende reststromen.
  • Warmte en gas zoveel mogelijk lokaal gebruiken.
  • Doorzetten, ook als het lang duurt.

Tot slot

Biogas is geen tovermiddel, maar een praktisch hulpmiddel. Het geeft boeren extra inkomen, maakt dorpen wat zelfstandiger en het helpt uitstoot te verminderen.
De Energiecrisis is deels op te lossen op lokaalniveau. De voorbeelden uit Denemarken, Duitsland en Drenthe laten zien dat het kan. De techniek is er. De grondstoffen zijn er. Het gaat er nu om dat mensen zelf beginnen, klein in de achtertuin of samen in een coöperatie. Begin klein. Leer ervan. Optimaliseer. En bouw het stap voor stap uit.

Daarna kun jij je buurman misschien wel warmte leveren.

Wil je meepraten of zelf iets starten? Deel je gedachten in onze forumtopic : Klimaatcrisis is op te lossen op lokaalniveau

Scroll naar boven